Droom

From artvalvas
Jump to navigation Jump to search


Workshop Semiotiek 15.11.2019

Een droom is een opeenvolging van beelden, gedachten, emoties en gevoelens die zich gewoonlijk onvrijwillig in de geest voordoen gedurende bepaalde fasen van de slaap.[1] Wat dromen precies zijn en waar dromen voor dienen is nog grotendeels onbekend, ondanks dat ze al eeuwen onderwerp zijn geweest van wetenschappelijke, filosofische en religieuze reflectie.

India Feller

De pen schrijft in lijnen 16. Ik verklein sterk, tot ik in de lijn 16 ben.

Hier, in deze microscopische wereld. Een heel andere wereld. Een jonge man met een nek en hoofd die de rest van zijn lichaam niet kunnen bijhouden, staat voor me. Een vilten stuk zweeft achter hem aan, het volgt hem. Er hangt een lintje aan, met iets op geschreven. ‘Volg mij.’ Het voertuig stopt en de man loopt aan. Ik volg. Ineens schiet er zo snel iets voorbij, ik kon niet eens zien wat het was. De man, er lopen kleine watervallen van zijn parelogen maar wanneer hij kan zitten stoppen de watervallen en veranderen ze tot lichtstraaltjes. Een eeuwigheid later stoppen we bij het enorme bewegende en luide gebouw voor theater. Hij wacht. Uit de verte een stem die niet stopt met praten, komt dichterbij. Ze horen samen. ‘Laat me je vilt terug vastmaken’. Hij die dit niet leuk vind, draait zich en nodigt mij mee uit naar het theater.

We zweven richting het gebouw en ik zeg 'volg mij'.


Myrthe Lefèvre

Aanschuivend in een lijn gemaakt van nummers 16. Een man van zesentwintig meter met een onmodieus hoofddeksel waar een kleine koorddanser omheen wandelt. Heel zijn lichaam in proportie behalve zijn giraffen-nek.
Mensen verdwijnen uit de lijnen, ze veranderen in mist en zweven vluchtig verder. Iedereen wacht. De giraffen-man met de koorddanser word woedend wanneer de mist in zijn gezicht komt. Meer mensen verdwijnen en meer mist gaat in de man zijn gezicht. Onaangename man die zonder reden, begint te huilen.

We zijn de enige mensen nog op de een zestien staand. De lijn met nummers verdwijnt, stoelen verschijnen. Voor we kunne zitten verdwijnen ze weer. Wanneer er terug een stoel verschijnt spurt de man zo snel dat de koorddanser van zijn hoed valt. Hier gaat mijn aandacht echter niet naar uit. Ik blijf gefocust op de man met de lange nek.
Ik weet niet of hij mij zelfs kan zien. Een ongemakkelijk gevoel maakt zich van mij meester, alsof ik een pop ben die bestuurd werd met touwtjes waar ik mij niet bewust van ben. Voor ik hier over kan peinzen bruist mijn gezichtsveld als een oude tv.

Het beeld komt terug. Dezelfde man als eerder, maar met zijn nek in proportie is weer te zien. Hij begint te spreken met een vervreemd Hollands accent tegen een man die vind dat hij om een of andere reden hem een knoop wilt aannaaien.
.
.
.
Ik sluit mijn ogen.
Weer in slaap gevallen voor de televisie.

Delphine De Cock

Droom

Ik bevind(t) mij op het perron en er staat heel veel volk, waaronder ook mijn meter en mijn hondje Spike. Ondertussen twijfel ik of 'bevind(t)' met een 'd' of 'dt' is en discussieer ik erover met mijn voormalige buurvrouw die plots ook aanwezig is waarna ik me realiseer dat ik mijn schoenen vergeten ben. OH NEE, de tram rijdt over mijn kleine teentje en mijn tanden vallen uit. Ik begin te bleiten en bots tegen een medepassagier die uitvliegt tegen mij waarop ik hem een dikke klets op zijn vervormde kop geef. Vervormd, want voor ik ging slapen keek ik naar het Amerikaanse reality programma 'Botched' en zag ik dikke lippen.

Twee uur later val ik van het dak van het Concertgebouw, bleit ik nog een beetje, val ik dood, schiet ik wakker, kijk naar de klok en slaap weer. Mijn geliefde met zijn paarse hanenkam en zijn zwarte paraplu beveelt me dan om een extra knoop aan mijn dikke winter frak te naaien want het is uiterst belangrijk.

Dat vind ik vreemd, ik ken niemand met een paarse hanenkam.