Ondervraging

From artvalvas
Jump to navigation Jump to search

Een verhoor, ook wel ondervraging of interrogatie, is een onderzoek waarbij een verdachte of getuige door een functionaris van politie of justitie ondervraagd wordt.

== Workshop Semiotiek 15.11.2019 ==


Merve Kilinc

Waar was je gisterenavond, rond 19:35?
In lijn 16, op het spitsuur.


Wie heb je op dat moment gezien?
Een kerel van zowat zesentwintig.

Hoe zag hij eruit? Wat had hij aan?
Een slappe vilthoed met een koordje eromheen inplaats van een lint, nek te lang alsof er aan getrokken was.

Wat gebeurde op dat moment?
De mensen stappen uit.

Wat deed de verdachte?
De figuur in kwestie valt uit tegen een passagier naast hem, die hij ervan beschuldigt tegen hem op te botsen telkens als er iemand langskomt. Bedoelde bits te klinken maar de toon is eerder huilerig.


Wat gebeurde daarna?
Ziet een zitplaats vrijkomen en schiet erop af.

Waar en wanneer heb je hem terug gezien?
Twee uur later kom ik hem tegen op het Jan Willem Brouwersplein, bij het Concertgebouw.

Was hij alleen? Of heb je ook andere mensen langs hem gezien?
Hij is in gezelschap van een kameraad die tegen hem zegt: 'Je zou een extra knoop aan je overjas moeten laten zetten.' Hij wijst aan waar (bij de uitsneding) en waarom.

Rob Vandegoor

Unanieme verklaring 26-jarige getuige (2 december, 9u30, interview door Detective Ralph Willems)

Detective Willems: Dankuwel om langs te komen, mr. (unaniem). Zal ik uw vilthoed gaan ophangen?
Unaniem: Nee, ik hou mijn hoed op.
Detective Willems: Misschien nog een glaasje water vooraleer we beginnen?
Unaniem: Nee. Merci.
Detective Willems: Goed, dan beginnen we. Waar was u 19 november tussen 16u30 en 18u?
Unaniem: Even mijn geheugen opfrissen.
Detective Willems: Neem uw tijd.
Unaniem: …
Detective Willems: …
Unaniem: Werk eindigt rond 17u, dus waarschijnlijk zat ik nog even op werk…
Detective Willems: En wat zou u normaal doen na het werk?
Unaniem: …
Unaniem: Ah voila ik weet het weer. Het was die dag pokken druk op lijn 16, mensen bleven maar tegen me aan botsen. Er was zelfs ene die niet wist van ophouden. Elke keer als iemand langskwam, duwde hij met zijne rugzak in mijn buik. Ik heb er dan iets van gezegd en…
Detective Willems: Ik ga u daar onderbreken. Houdt het gewoon simpel, niet te veel in detail gaan. Waarom nam u lijn 16?
Unaniem: Allee dan, ik was op weg naar een maat van mij. Hij wachtte op het Jan Willem Brouwersplein, aan het Concertgebouw. We hadden daar afgesproken om 17u30. Natuurlijk was ik een kwartier te laat met die stomme drukte.
Detective Willems: Juist. En het was op dat moment dat u de overval zag gebeuren?
Unaniem: Inderdaad. Ik kwam daar een kwartier later aan en in plaats van een vriendelijke begroeting, wist mijn kameraad niets beter te zeggen dan dat ik een extra knoop in mijn overjas moest laten zetten. Hij kan het ook niet laten om altijd commentaar te geven op mijn kleding! En dat na zo een vermoeiende dag! Ik moest me toch even inhouden of…
Detective Willems: Oké, mr. (unaniem). Het was op dit moment dat u het overval zag gebeuren?
Unaniem: Zo is het. Ik zag drie figuren weglopen uit het concertgebouw, met daarachter een aantal beveiligingsmannen.
Detective Willems: Dit was dus rond 17u45?
Unaniem: Ik schat zoiets, ja.
Detective Willems: Heeft u het gezicht van een van de overvallers gezien?
Unaniem: Neen, ze hadden allemaal een bivakmuts op.
Detective Willems: Dat zal het dan zijn. Als u nog iets zou herinneren, mag u altijd langskomen.
Unaniem: Tot ziens dan.
Detective Willems: Nog een fijne dag verder, mr. (unaniem).


Delphine De Cock

Levend, sprekend wezen 1: WAAR

Levend, sprekend wezen 2: LIJN 16

Levend, sprekend wezen 1: WANNEER

Levend, sprekend wezen 2: OP HET SPITSUUR

Levend, sprekend wezen 1: BESCHRIJF HET HOOFDPERSONAGE VAN DIE IETWAT BIZARRE ANEKDOTE, BESCHRIJF IN GEUREN EN KLEUREN, IK BEVEEL U, IK SCHREEUW TOT UW TEMPORALE KWAB

Levend, sprekend wezen 2: IK HEB GEEN TEMPORALE KWAB, IK BEN EEN MOSSEL

Levend, sprekend wezen 1: GIJ ZULT NIET SPOTTEN MET MIJ

Mossel: IK SPOT NIET MET U, IK BEN EEN MOSSEL

Levend, sprekend wezen 1: WIE

Mossel: EEN JONGE KEREL, denk ik. MET EEN SLAPPE HOED GEMAAKT UIT VAN DIE VILTJES DIE JE VOOR KINDJES KOOPT OM MEE TE KNUTSELEN, als ik het mij goed herinner. Denk ik

Levend, sprekend wezen 1: U WEET VEEL VOOR EEN MOSSEL, DAT VIND IK VERDACHT

Mossel(?): U HEEFT ME DOOR, IK BEN DE SLAPPE VILTHOED MAN, IK HEB IEMAND OP ZIJN BAKKES GEMEPT

Levend, sprekend wezen 1: AHA

Slappe vilthoedman: IK HAD EEN SLECHTE DAG, MIJN IJSJE WAS OP DE GROND GEVALLEN, IK WAS IN STAAT OM TE MOORDEN, MAAR MIJN MOREEL KOMPAS HIELD ME TEGEN

Levend, sprekend wezen 1: EEN MOSSEL HEEFT GEEN MOREEL KOMPAS

Slappe vilthoedman: IK BEN GEEN MOSSEL

Levend, sprekend wezen 1: IK BEN UW KAMERAAD NIET

Slappe vilthoedman: NEE IK HAAT U EN IK BEN IN STAAT OM TE MOORDEN

Niet zijn kameraad: DAN ZAL IK U NIET ZEGGEN DAT U EEN EXTRA KNOOP AAN JE JAS MOET NAAIEN