Polyptoton

From artvalvas
Jump to navigation Jump to search

Polyptoton of adnominatio is een zeer sterk aan het parallellisme, de paronomasie en het isocolon verwante stijlfiguur waarbij een woord binnen een korte passage in verschillende verbogen of vervoegde vormen wordt herhaald.

Workshop Semiotiek 15.11.2019

Jornick Pellizzari

In lijn 16, die de 16e lijn is, na lijn 15 en voor lijn 17, waarbij de “16” de naam is van de lijn die er is op het spitsuur, het uur van de spits die de de dag splitst in een minder drukke spits en een andere minder drukke spits.
Een kerel zat een keer in de niet-verkeerde tram waarbij de kerel een leeftijd had van ongeveer 26 jaar vanwege zijn 26 lange levensjaren die vergaard zijn door 26 keer te verjaren.
Hij had een slappe vilthoed met een koordje dat geen lint was maar wel een koordje gemaakt van touw dat zijn hoed gemaakt van vilt bij elkaar hield wat betekent dat de kerel zijn hoed gemaakt van vilt niet goed bij elkaar hield waardoor die zwak was.
Een zwakke nek had de kerel die zeker 26 centimeter lang waardoor de kerel met zekerheid verlangde naar een nek van zeker maximum 16 centimeter.
Mensen stappen uit de tram om zeker op stap te gaan om 16 uur tijdens de spits.
De lange nek kerel stapt uit de tram waar mensen uitstappen samen met andere kerels waar de kerel tekeer tegen gaat elke keer dat een kerel keert en tegen de lange nek kerel met de viltige hoed botst.
Botsig toongebruik toont aan dat de zwak-nekkige kerel zwakke toon toont met zekerheid.
Getoond aan de kerel zijn verlangde zitplaats waarna hij stapt naar de zitgelegenheid verzwakt door de botsing en vermoeid door de spits waarna hij verzekerd gaat zitten, gelegen naast hem zit andere kerel met een mindere nek genaamd Toon.
Tijdens een mindere spits, 2 uur na 16 uur wordt viltige hoed kerel op tijd goed getoond aan mij, gelegen bij het plein dat gelegen is naast het gebouw dat gebouwd is om zwakke en sterke tonen ten toon te stellen.
Stappend op een plein met andere kerel hoor ik goed hoe normaal-nekkige kerel toont aan de zwak nekkige kerel dat zijn ronde goederen niet goed maar verkeerd op zijn gedraagde goederen hangen en dat hij zich daarop moet vergoeden alhoewel ik, de observerende kerel de langnekkige kerel niet verdraag.