[email protected]

From artvalvas
Revision as of 22:42, 26 November 2019 by LiseHeijnen (talk | contribs) (→‎Questions & Statements)
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)
Jump to navigation Jump to search

22 November 2019: Was verstehst du davon?

Moderated by: Arne De Winde
In this [email protected] talk, Ellen Vrijsen, visual artist and lecturer at PXL-MAD School of Arts, talks about one of her major sources of inspiration, the German-Austrian movie "The Edukators" (2004).

The Edukators

The Edukators - Trailer
The Edukators - Scene 1
The Edukators - Scene 2
Questions
Statements
Statement 1.1 - Ik vertel vandaag over iets dat heel veel indruk gemaakt heeft op mij. Ik ga dus helemaal niet praten over mijn eigen werk. Al gaat mijn werk altijd over iets dat veel indruk op mij gemaakt heeft.

Statement 1.2 - Ik ben altijd - ook als kind al - een enorme vragensteller geweest.

Statement 1.3 - Het gaat over een film vandaag, die in 2004 uitkwam. Ik was toen pakweg 25 jaar en pas afgestudeerd als illustrator aan Sint-Lukas Antwerpen. Ik werkte in een café in Antwerpen om daar te kunnen blijven wonen. Mijn tijd daar was nog niet gedaan. Toen wilde ik nog kinderboeken maken en de wereld veroveren. Nu zit ik meer in de vrije kunsten.

Statement 1.4 - Ik was een rebelse tiener, zeg maar. Niet dat mijn ouders slechte mensen waren, maar ik begreep ze gewoon niet.

Statement 1.5 - Ik ben niet het type dat altijd verantwoorde kunstfilms bekijkt, maar deze is me wel bijgebleven. Het is een Duitstalige film getiteld "The Edukators".

Trailer: The Edukators

https://www.youtube.com/watch?v=UyT8bEa4XYA

Statement 2.1 - Je ziet drie jongeren, Peter, Jan en Jule. Zij breken 's nachts in rijke huizen in. Als ze klaar zijn met alles overhoop te halen, laten ze de boodschap achter: "Die fetten Jahre sind vorbei." Eigenlijk willen ze de mensen die voor hen voor het kapitalisme staan doen nadenken. Ze zijn dus in feite heel revolutionair en idealistisch.

Statement 2.2 - Op een dag breken zij opnieuw in in een villa, maar het loopt mis: de eigenaar, Hardenberg, komt thuis. De jongeren flippen en nemen hem mee naar een hut in de Alpen.


Scene 1: Jan's anti-Capitalism rant

https://www.youtube.com/watch?v=QXxiBAi_q54

Statement 3.1 - Er is heel veel in deze scène dat mij lang heeft beziggehouden.

Statement 3.2 - Dit was 15 jaar geleden. Ondertussen is er zoveel meer gebeurd dat je in dit kader kan plaatsen.

Scene 2: Why people vote conservative?

https://www.youtube.com/watch?v=k7Fn73DN-KU

Statement 4.1 - Tussen wit en zwart zitten nog zoveel grijstinten. Het contrast doet echter nadenken.

Statement 4.2 - Deze scène gaat over hoe tijd mensen verandert - en daar stond ik niet bij stil toen ik zo oud was als jullie. Mijn idealisme is intussen getemperd. Intussen herken ik mij steeds meer in de positie van Hardenberg. Stiekem hoop ik nog altijd in verandering. Maar Hardenberg geeft wel aan hoe moeilijk die verandering is - alleen.

Statement 4.3 - Uiteindelijk krijgen de drie jongeren de kidnapping niet gerijmd met hun idealen en laten ze Hardenberg gaan. Maar intussen zijn hun ideeën 'geshift', zeg maar.

Statement 4.4 - Nu begrijp ik mijn ouders - of ouderen in het algemeen - veel beter dan toen.

Questions & Statements

The Edukators
The Edukators
© Ellen Vrijsen
Questions
Statements
Vraag 1 Ellen Vrijsen:

Denken wij niet allemaal links? Is dat niet de taak van kunstenaars? Moeten wij mensen niet doen nadenken?

Repliek 1.1 - Wat is het verschil ook alweer tussen links en rechts?

Repliek 1.2 - Je kan links en rechts economisch en cultureel definiëren. Economisch gezien komt recht neer op een resoluut liberalisme. Links gaat dan weer uit van het devies: we zijn allemaal mensen en kunnen elkaar helpen.

Repliek 1.3 - Links gaat toch uit van: iedereen is gelijk. En rechts meer van: ieder voor zich en zoek het maar uit.

Repliek 1.4 - Ik heb zelf geen politieke overtuiging. Maar het draait er in de kunsten toch altijd om jezelf en je overtuiging te laten zien. Maar waar trek je de lijn?

Vraag 2 Ellen Vrijsen:

Zijn mensen wel slim genoeg? En wij worden toch allen gemanipuleerd door de media?

Repliek 2.1 - Er circuleren radicale ideeën, maar men heeft ook wel uitersten nodig om tot een midden te komen.


Vraag 3 Ellen Vrijsen:

Zijn we niet allemaal schuldig?

Repliek 3.1 - We zijn allemaal een product van de samenleving waar we in zitten. Ik kom van extreem-rechts, maar word steeds linkser.


Vraag 4 Ellen Vrijsen:

Gaan jullie een Primark binnen?

Repliek 4.1 - Ik denk niet dat iets of iemand echt schuldig is. Het gaat om een collectief falen, om groepsdruk. Ik denk dat het voor ons nu heel erg moeilijk is om dingen te veranderen.


Ellen Vrijsen:
Ik wil het engagement terug levend bij jullie maken. Het is aan jullie, mannekes. Jullie zijn de vormgevers van morgen. Ergens zal je op jouw eigen manier mensen moeten laten nadenken.


Vraag 5 Ellen Vrijsen:

Verandert iedere revolutionair in een kapitalist? Vechten jullie voor jullie idealen?

Repliek 5.1 - We zijn ons bewuster omdat de media erover berichten.


Vraag 6 Ellen Vrijsen:

Is er een verschil tussen jullie en jullie ouders? Denken jullie heel anders dan jullie ouders?

Repliek 6.1 - Ik denk niet dat we helemaal anders denken. Ons denken is sowieso verbonden met onze opvoeding. We kunnen ons natuurlijk wel afzetten. Maar ons denken ligt vooral ook aan de omgeving en de tijdsgeest.

Repliek 6.2 - Mijn ideeën en die van mijn ouders zijn heel anders, maar er is wel veel respect.

Vraag 7 Ellen Vrijsen:

Zijn de figuren uit de film te zwart-wit voor jullie?

Repliek 7.1 - Ze staan niet stil bij het perspectief van de ander.

Repliek 7.2 - Er zijn ook heel veel mensen die het niet kan schelen hoe het met een ander gaat.

Repliek 7.3 - Ik ben opgevoed met het idee dat iedereen gelijke kansen krijgt. Maar sommige mensen hebben hun kans gehad en hebben die verkloot. Als je het zelf verpest, moet je niet komen klagen.

Repliek 7.4 - Als men de term 'hard werken' in de mond neemt, moet men weten: hard is een relatief begrip.

Vraag 8 Ellen Vrijsen:

Hoe zien jullie zichzelf ouder worden? Het gebeurt heel traag, maar gestaag: je wil steeds meer zekerheid.

Repliek 8.1 - Je moet je idealen helemaal niet laten vallen. Zekerheid hoeft idealisme niet te doden.

Repliek 8.2 - Wij zijn opgevoed in deze samenleving. Moeten wij alles opgeven omdat het slecht gaat in Afrika?

Repliek 8.3 - Ik vraag me af of idealisme altijd links is? Bestaat er geen rechtse kunst?

Repliek 8.4 - Je hebt ook rechtse kunstenaars, die hun werk tegen grof geld verkopen.

Repliek 8.5 - Ik denk dat er ook op school een links-recht-barrière is. Als je rechts bent, kan je ook iets ontwerpen. Maar het is een ander stemgeluid. Een kunstenaar met rechts profiel zal eerder iets nieuws maken met al wat bestaat; die zal werken vanuit en met tradities.

Vraag 9 Ellen Vrijsen:

Moeten docenten neutraal zijn?

Repliek 9.1 - Ik denk dat het ontzettend moeilijk (zo niet onmogelijk) is om - zeker in de kunst, waarin alles draait om het uiten van je mening of gevoel - neutraal te zijn.

Repliek 9.2 - Als je geen mening hebt, heb je er eigenlijk wel een.

Repliek 9.3 - Je mag een overtuiging hebben, maar niet overtuigen.

Repliek 9.4 - Objectiviteit is belangrijk: je moet de feiten geven zoals ze zijn.

Repliek 9.5 - Ik ervaar vaak dat als je een overtuiging hebt, je vaak als hypocriet bestempeld wordt. Als je bijvoorbeeld voor het milieu protesteert, maar je gaat met het vliegtuig op reis - wel, dan pakt men jou daar op.

Repliek 9.6 - De vraag is echter: welk signaal kan je geven dat überhaupt een effect heeft?

Repliek 9.7 - Verandering heeft tijd nodig. Op lange termijn veranderen er echt wel dingen ten goede.

08 November 2019: Sta-in-de-weg

Moderated by: Arne De Winde
In this [email protected] talk three young artists discuss the obstacles, dilemmas and opportunities of artistic research. Their highly original and personal master's projects and theses are the starting point for debate. Valerie Crommen (PXL-MAD School of Arts alumna), Anna Püschel (LUCA - School of Arts alumna and laureate of the Sint-Lucas thesis award) and Clementine Hoens (LUCA - School of Arts alumna and Dirk Lauwaertprijs laureate) started off with a presentation of their artistic projects.

Valerie Crommen

© Valerie Crommen
© Valerie Crommen

Statement 1.1 - Het vertrekpunt van mijn project was een lastige thuissituatie: een familielid had last van psychoses en waanbeelden. Ik beleefde dit alles van dichtbij mee.

Statement 1.2 - In eerste instantie wilde ik inkijk bieden in het hoofd van iemand die aan psychoses lijdt. Maar ik besefte al snel dat dit tot niks zou leiden, en dus ben ik afgestapt van dit idee. Het was eerder zaak te suggereren, en dat door middel van fragmentatie.

Statement 1.3 - Ik werk met Indische inkt en een inktpennetje. Het krassen van het inktpennetje op papier is vergelijkbaar met stemmen in iemands hoofd. Ik focuste me vooral op het dwangmatige. Dat trachtte ik visueel weer te geven door een samenspel van abstractie en figuratie.

Statement 1.4 - Mijn scriptie is mijn werk, en mijn werk is mijn scriptie.

Statement 1.5 - In mijn werk visualiseer ik personen die schreeuwen, overgeven, etc. Ik stel situaties centraal waarin je je lichaam forceert om er iets uit te kunnen persen. Alle houdingen hebben een instabiel karakter; de poses zijn stroef en geforceerd; mijn figuren zien eruit als slecht werkende, niet-geoliede machines.

Statement 1.6 - Elk persoon is zich wel bewust van een heimelijke aanwezigheid, net niet te zien in zijn of haar blikveld.

Statement 1.7 - De schedel is geen standvastige constructie, maar vormt een uitgerekte ellips-vorm. De verhoudingen zijn vaak zoek. De schedel kent inkepingen en insnedes.

Statement 1.8 - Hierdoor ontstaat een oneindige maalstroom in de lijnvoering zelf. Er zijn circulerende bewegingen: datgene wat zich in het hoofd afspeelt wordt aan de oppervlakte zichtbaar.

45.
In de douche word ik overmand door een chemisch zure geur. Wanneer ik kijk naar de fles shampoo, lees ik iets over citrusvruchten. Als ik opnieuw kijk, is er helemaal geen flacon, maar blaast er iemand naast me rookwolken uit terwijl hij iets vertelt over een rubberboot en dat je zijn naam uitspreekt als het kledingmerk. Onderweg ontdek ik een papiertje met een telefoonnummer in mijn broekzak, maar het bestaat enkel uit de getallen 3 en 20. Ik gooi het nummer weg. Wanneer ik thuis aankom, duikt het papiertje nogmaals op, en is mijn gsm verdwenen.

Clementine Hoens

© Clementine Hoens - Clementine Margrete
© Clementine Hoens - Clementine Martin

Statement 2.1 - Mijn scriptie was tegelijk ook mijn masterproject.

Statement 2.2 - Lange tijd was ik ervan overtuigd dat ik de enige Clementine was. Tot mijn 10e kende ik niemand anders die Clementine heette. Maar toen zag ik in Sesamstraat een personage dat Clementine heette - en ik was woedend.

Statement 2.3 - Mijn hele leven lang achtervolgt me dit al. Nu was het tijd voor een afrekening. Voor mijn project verzamelde ik dus personages die Clementine heetten. Al snel kwam ik tot de conclusie dat deze vrouwen geen pit hebben. Verwoed verzamelde ik niet alleen portretten van deze Clementines, maar steeds schreef ik zelf ook een passend verhaal.

Statement 2.4 - Ik eigende me al die Clementines toe: ik kroop in die personages en werd ze. Zo maakte ik ook foto’s waarop ik er net als hen uitzie.

Statement 2.5 - Ik vermoordde ze één voor één.

Statement 2.6 - Ik stelde mezelf de vraag: Heeft de maatschappij omwille van mijn naam een oordeel over mij? Hoe hoort een Clementine te zijn? Ben ik echt genadig en welwillend? Hebben alle Clementines dezelfde karaktereigenschappen?

Clementine Martin
De haat die ik voor deze non uit de ‘hellhole’ voelde was vreselijk. Het achterlijke gewaad en de witte band die haar voorhoofd van de hemel scheidde, deden mijn bloed koken. Af en toe klopte ze het stof van haar donkere tuniek af. Telkens opnieuw liepen er rillingen over mijn rug wanneer die vreselijke non door de gangen marcheerde. Eerst plaatste ze zelfzeker haar hielen neer en liet vervolgens de tippen van haar tenen volgen. Ritmisch doorboorde ze de vloer waarover ze waadde.

Sinds de eerste dag dat ik een non zag ronddwalen, kon ik mezelf maar één vraag stellen: « Wat heeft ze te verbergen onder die hoofdkap?» Het hield me ’s nachts wakker. Met de wreef van mijn hand sloeg ik haar hoofddoek af. Die belandde als een leeggelopen ballon op de grond. Stomverbaasd keek ze me aan, maar voor ze ook maar één woord kon uitbrengen, ging ik achter haar staan. Ik rustte met mijn linkerhand op haar hoofd. Het haar voelde vet en fijn aan. De verduurde lokken stootten een onsmakelijk odeur uit. Mijn vingers vonden hun weg door het haar en grepen zich vast aan de schedel. Met mijn rechterhand nam ik een scalpel uit mijn binnenzak. Het mes liet ik rusten aan de haarlijn. Met het vlijmscherpe blad maakte ik een diepe inkerving in de verrimpelde huid. Bloed vond zijn baan over haar gezicht. Het druppelde over haar voorhoofd, langs haar ingezakte wangen, tot diep in haar hals. Het kleurde haar gelaat rood. Ik bespotte haar en vergeleek de non met de ‘koning der Joden’. Breed lachend kwamen haar tanden tevoorschijn. Haar mond werd gevuld met bloed.

Ik verstevigde mijn grip en trok sterk aan haar haren. Ik smeet het mes op de grond. Ik tastte met mijn vingertoppen de gapende wonde af. Ik woelde en trok de huid los van de schedel. Geluid dat door merg en been ging, vulde de kamer. Met een laatste snok zwaaide ik haar scalp op de grond, naast die bespottelijke hoofdkap.

Anna Püschel

© Anna Püschel
© Anna Püschel 2

Statement 3.1 - Ik speel met een radicale overdaad aan referenties, die niet altijd even makkelijk traceerbaar zijn.

Statement 3.2 - In het begin van mijn master had ik veel twijfels over alles, voornamelijk over mijn praktijk - en de weg die die op moest gaan. In feite kom ik uit de documentaire fotografie, maar die ervoer ik als saai en dus stapte ik over naar de vrije kunst.

Statement 3.3 - In de eerste maanden van mijn master ben ik intensief op zoek gegaan naar antwoorden, maar die kwamen niet; mijn zoeken leverde net veel meer vragen op.

Statement 3.4 - Op een gegeven moment moest ik knopen doorhakken: ik besliste een boek te maken. Mijn twijfels liepen zo uiteen dat ik geen andere oorzaak dan de twijfel zelf kon vinden. Mijn publicatie is in die zin een encylopedie van de twijfel en de onzekerheid geworden.

Statement 3.5 - De definities en lemmata in mijn boek zijn heel uiteenlopend. Ze werden overal geplukt: Wikipedia, songteksten, wetenschappelijke artikelen, fake news, complottheorieën enz. Er is geen concurrentie in het boek; niets is meer waard dan iets anders. De wereld is nu eenmaal complex.

Statement 3.6 - Met de bronnenlijst heb ik heel erg gespeeld. Zelfs de bibliografie is dus met een korreltje zout te nemen.

Statement 3.7 - Alles draait om twijfel en vertrouwen.

Questions & Statements

Questions
Statements
Vraag
Je hebt heel mooi aangegeven hoe woord/beeld met elkaar interageren. Maar hoe leidde je onderzoek ook tot een eigen schrijfstijl, tot een nieuw soort taal?
Valerie: - Ik vind dat er heel veel raakvlakken zijn tussen mijn tekeningen en mijn teksten. De betekenaar is nooit in volledige overeenstemming met de betekenis. Er is altijd een soort van ruis of witruimte die overblijft. Datgene wat normaal gezien niet naar boven komt, daar probeer ik mij op te richten. Ik poog in woord en beeld een articulatievorm voor het onbewuste te vinden.
Vraag

Er is geen enkele voetnoot aanwezig in jullie werk. Ik kan me voorstellen dat daar kritiek op geweest is.

Clementine: - Er is veel kritiek op geweest. Ik had dan wel geen bronvermelding, maar ik heb heel erg veel gelezen. Zo heb ik me onder andere consequent verdiept in de tijdsperiodes waarin de Clementines leefden. Zo kan ik bijvoorbeeld geen Clementine vermoorden met een gsm, als er nog geen gsm in die tijd bestond.

Valerie: - Ik had in mijn werk inderdaad ook geen voetnoten. Sommigen vinden het daardoor misschien wel te persoonlijk of te dagboekachtig. Maar dat is het eigenlijk niet, want mijn intensieve lectuur zit gewoonweg verwerkt in mijn teksten.

Vraag

Hoe zie je de wisselwerking tussen het schijnbaar seccere en het persoonlijke materiaal?

Anna: - In alle paniek die ik had heb ik rust gecreëerd. Vanaf dat punt kon ik doen waar ik zin in had. Ik heb de verwachtingen losgelaten, de voorstellingen van hoe het uiteindelijke moest zijn. Hierdoor hervond ik creatieve vrijheid en kreeg ik ook veel zin om zelf te schrijven.

Ik ging op zoek naar bepaalde zekerheden, maar in feite kwamen steeds meer antwoorden en vooral vragen.

Ik had ook behoefte een ‘coming of age’-boek te maken. Een twintigtal kernbegrippen, die essentieel zijn voor mijn vakmanschap, koppelde ik aan teksten van mezelf.

Vraag

Hoe zit het met het tweede volume, het beeldboek?

Anna: - Het beeldboek bevat heel veel fotomateriaal. Het is een heel los verhaal. Je springt van de ene foto naar de andere: soms is er een overeenkomst en soms niet. Ik heb in feite getracht een heel ander verhaal op eenzelfde manier te vertellen.
Vraag

Jullie zijn allen vanuit een persoonlijke insteek vertrokken. Maar wat was jullie tactiek om het dagboekachtige te overstijgen? Studenten worden immers vaak gewaarschuwd: wees niet te persoonlijk.

Clementine: - Tegen mij werd gezegd: je werk werkt misschien wel op Sint-Lucas, omdat iedereen elkaar daar kent. Maar hoe wil je dat zo'n boek buiten die context werkt, in een publieke ruimte waarin men jou niet kent? Maar weet je: Ik ben het, maar toch ook weer niet, ik speel een Clementine die tegelijk al die Clementines is. Ik speel haast een persoon die schizofreen is.

Anna: - Het is inderdaad een grote valkuil. Het was dan ook een supermoeilijk, confronterend jaar. Er wordt heel veel 'opengelegd', waardoor het extra moeilijk is om van iemand te horen: ‘’het is goed maar...’’. Om het dagboekachtige te vermijden is het tegelijk net belangrijk om je werk constant te toetsen aan andere mensen. Want je bent zo sterk met jezelf bezig, je zit zo dicht op je werk, dat je het soms niet meer ziet.

Valerie: - Schrijven is iets dat ik altijd al deed. Dat schrijven gaat niet zozeer om mezelf, maar om sprongen en verspringingen. Zowel tekstueel als beeldend exploreer ik het dwangmatig en geforceerde.

Vraag

Hoe vind je de juiste balans tussen luisteren naar advies van je scriptiebegeleider en je eigen koppigheid?

Clementine: - Ik heb altijd mijn goesting gedaan. Bij je scriptie en masterproef moet je echt 100% staan achter datgene waarmee je naar buiten komt. Je moet er trots op kunnen zijn.

Anna: - Ik was zelfs een beetje ontroerd toen ik op een gegeven moment vaststelde dat ik een soort vertrouwen ontwikkeld had. Ik had niet gedacht dat ik zo’n artistieke maturiteit had, maar op een gegeven moment kon ik gewoon voelen of iets wrong of niet. Ik trok mij op de academie niet heel veel aan van wat de docenten zegden. Natuurlijk moet je bescheiden blijven en luisteren naar wat mensen zeggen, maar tegelijk moet je dat 'vermengen' met je eigen intuïties en gevoelens. Blijf bij jezelf, haal er plezier uit.

Valerie: - Ik ben aanvankelijk iets te meegaand geweest. Ik wilde een eerder conventionele scriptie schrijven, maar op een gegeven moment voelde ik zelf aan dat het wrong. Vervolgens deed ik eigenlijk gewoon wat mijn oorspronkelijke intentie was. Je hebt natuurlijk de begeleiders van je scriptie maar laat je teksten zeker ook aan medestudenten of andere docenten lezen. Beperk je dus niet tot één of twee docenten. Uiteindelijk is het wel jij die de scriptie maakt, je moet dus vooral je eigen gevoel volgen.

Vraag

Jullie zijn alle drie wel bijzondere gevallen in die zin dat jullie artistieke werk volledig samenviel met jullie scriptie. In hoeverre beschouwen jullie jullie project als artistiek onderzoek? Hoe zijn jullie tot een onderzoeksvraag gekomen?

Anna: - Bij mij was het onderzoek niet alleen een zoektocht naar feiten die ik wilde weten. Ik zocht ook waar ik moest stoppen. Er komen altijd dingen bij die je interessant vindt, en je kunt je daarin compleet verliezen.

Clementine: - Ik weet niet of je per se moet vertrekken vanuit een vraag. Mijn project vertrok eerder vanuit een interesse of fascinatie. Bij het opzoeken van Clementines merkte ik op: hebben die mensen nu echt niks spannends gedaan in hun leven? Natuurlijk stelde ik mezelf constant vragen, zoals: in hoeverre heeft de maatschappij een vooroordeel omdat ik Clementine heet? Maar die vragen komen niet letterlijk terug in mijn scriptie.

Anna: - Je moet inderdaad echt niet vanuit een vraag vertrekken, maar veeleer vanuit een interesse. Als je dat serieus aanpakt, haken na enige maanden de dingen in elkaar.

Vraag

Jullie zijn maniakale verzamelaars van informatie. Hoe verlies je jezelf niet?

Valerie: - Ik denk niet dat het zoeken en onderzoeken ooit ophoudt, het is iets dat continu blijft doorgaan. Voor mij werkt dat net ook rustgevend.

Clementine: - Ik weet nog dat mijn begeleiders zegden: "Clementine, stop met naar Clementines te zoeken." Maar dat deed ik natuurlijk niet. Meer zelfs, als ik een Clementine vond, moest ik ook een portret vinden. En vanuit dat portret kon ik dan een eigen verhaal vertellen. Een goede tip is wel: leg jezelf barrières of beperkingen op.

Anna: - Ik denk dat ik op een gegeven moment de goede band met mijn begeleider niet wou verbreken. Als ik toen niet was gestopt, was ik nu nog steeds bezig. Het is heel goed om een planning te maken. Je kan gerust een jaar doorgaan met informatie verzamelen, maar op een bepaald moment moet je toch gewoon starten met schrijven.

Vraag

We zien hier drie prachtige boekuitgaves. Smaakt dit naar meer? Volgen er nog publicaties?

Valerie: - Bij mij is het publiceren geen doel op zich, ik heb altijd al teksten en tekeningen verzameld. Voor mij hoeft dat werk dus ook niet per se nog eens uitgegeven te worden.

Clementine: - Het smaakt absoluut naar meer. Ik kijk er nu al enorm naar uit om naar de drukker te gaan en mijn werk gedrukt te zien.

Anna: - Ik had voor mijn bachelorproject ook al een boek gemaakt. Zo'n publicatie opent ook echt veel deuren. Maak dus iets voor jezelf, maak er een cadeau voor jezelf van. En zeg: dit ben ik als kunstenaar. Het kan tot dingen leiden waarop je nu nog niet kan anticiperen.

18 October 2019: Jan De Cock

© Jan De Cock, 2019

Moderated by: Remco Roes, Arne De Winde and Lieven Van Speybroeck
The starting point of this talk is Jan De Cock's brochure for the Bruges Art Institute

Questions
Statements
1) Wat begrijp je onder traagheid, of preciezer ‘slow questions’, in je praktijk? Statement 1.1 - Traagheid en slowness zijn 2 verschillende zaken, in twee talen. We leven in een tijdperk waarin heel lang dezelfde dingen doen, niet meer zo hip is.

Statement 1.2 - Telefoondenken staat haaks op wat ik doe – meesters werken vanuit een bepaald probleem, vanuit bepaalde tradities die geërfd zijn van anderen. Trage kunst of meesterschap is ‘desem’.

Statement 1.3 - Het internet werkt in de breedte, horizontaal – niks op het internet verhoudt zich verticaal.

Statement 1.4 - Snel werken wil niet noodzakelijk zeggen dat een oeuvre uitbouwen snel gaat. Het ontwikkelen van een modus operandi is een werk van jaren en gaat naar de kern van wie je bent. Van nature ben ik heel impulsief en ongeduldig, mijn modus operandi om te komen tot een werk heeft te maken met de persoon die ik ben. Maakt me dat een snelle kunstenaar? Nee.

Statement 1.5 - Iets is nooit echt af. Sommige kunstenaars zijn daar zeer extreem in: Arnulf Rainer breekt in bij de mensen die een werk van hem hebben aangekocht, om het dan te overschilderen: Übermalungen.

2) Hoe valt het idee dat iets nooit af is te rijmen met de verwachting dat er, bijvoorbeeld in het onderwijs, op een bepaald moment afgewerkte resultaten moeten voorgelegd worden? Statement 2.1 - Dat heeft te maken met de ‘economisering’ van ons onderwijs. Kwantiteit primeert op kwaliteit. Dat is een uitwas van ‘surveillance capitalism’.

Statement 2.2 - Schoolgaan zou een stukje vrije tijd moeten zijn - in de oorspronkelijke zin van het Griekse σχολή (scholē). Het gaat er net om niet te moeten denken in termen van eindtermen. Een resultaat is telkens het begin van iets nieuws.

Statement 2.3 - Jullie verticale drang om iemand te worden heeft er alles mee te maken dat je het verschil wil maken. Je wil individueel onderscheidbaar zijn van andere mensen. Jezelf zijn.

3) In hoeverre heeft het trage denken een fysieke werkplek nodig? Wat is het belang van een atelier? Wat moet het karakter zijn van die plekken om te functioneren als microcosmos? Statement 3.1 - In Brussel heb ik gedurende 15 jaar heel exclusief gewerkt met een heel beperkte groep. Ik ben op een gegeven moment gaan beseffen dat het onderwijsmodel de enige manier is om uit de wurggreep van het toenemende spectaculaire in Vlaanderen te ontsnappen.

Statement 3.2 - Op een bepaald moment heb ik die gesloten plek opengebroken en er een publiek gegeven van gemaakt. Het openplooien van mijn woonkamer naar een publieke plek heeft ervoor gezorgd dat ik een ander atelier moest zoeken. De balans was: hoe kan ik nog steeds mezelf blijven en tegelijk jonge mensen helpen om te groeien.

4) Hoe denkt u dat wij als studenten naar een sterke individualiteit kunnen streven in een wereld waarvan gezegd wordt dat alles er al in werd gedaan? Statement 4.1 - Van Jean-Luc Godart werd gezegd dat hij niet kon filmen. Vanuit die onkunde heeft hij echter een manier gevonden om tot een hoogsteigen praktijk te komen, om het filmmedium te herdenken.

Statement 4.2 - Je moet heel veel leren en kijken naar tradities, je moet heel veel oefenen en werken. Je moet elke dag de zelfdiscipline hebben om te lezen, te denken, te kijken - dan pas kom je in de fase dat je iemand kan zijn.

5) Vroeger zag ik veel werk van jou in binnen- en buitenland. Nu spreek je veel, onder andere over onderwijs. Maar veel studenten zouden ook eens graag werk van jou zien. Bespreek eens een concreet werk. Statement 5.1 - Ik vertrek vanuit de driedimensionale problematiek, waartoe ook de schilderkunst behoort.

Statement 5.2 - De verloren gewaande taal van de beeldhouwkunst is niet verdwenen.

Statement 5.3 - Ik ben van nature uit gekneed door de avant-garde. Voor mij begint de avant-garde bij beeldhouwers uit het pre-Rodin-tijdperk.

Statement 5.4 - Je krijgt een abstracte compositie van vlakken die herkenbaar zijn. De abstrahering van de abondanza, de waterval, is een teken van ouderwetse rijkdom, zoals in de antieke oudheid.

Statement 5.5 - Ik heb ervoor gekozen om met notelaar te werken, zodat gespeeld wordt met de nerven. Er ontstaat een spanning tussen horizontaliteit en verticaliteit.

Statement 5.6 - Baden-Baden is een van die weinige stukken Europa waar niets is veranderd maar alles aangeplant.

6) Moet je je als kunstenaar bekwamen via het kunstonderwijs? Of als autodidact? Statement 6.1 - Autodidact moet je sowieso zijn. De liberalisering van het onderwijs heeft ervoor gezorgd dat dat er eigenlijk niet zo heel veel meer toe doet.
7) Hoe zie jij de band tussen de meester en zijn pupil? Wat is het model waarin de leerling zich het beste kan ontwikkelen? Statement 7.1 - De een-op-eenverhouding bestond erin dat de leerling zelf besliste wanneer hij gevormd was.

Statement 7.2 - Kennisoverdracht: je zit samen in een achterkamer achter groene gordijnen.

Statement 7.3 - Jullie worden gesubsidieerd om revolutionair te zijn.

Statement 7.4 - De verhouding tussen leerling en meester staat buiten het hedendaagse model van de economie. Het is een intensieve vorm van ruilhandel. Als de ruil die plaatsgrijpt kennis is, dan kan er verbreding ontstaan, maar vooral diepte gecreëerd worden.

8) Hoe verhoud je je vandaag tot het kapitalistische kunstsysteem van musea, galerijen en verzamelaars, waar je lange tijd zelf in hebt meegedraaid? Statement 8.1 - Hoe komt het dat iemand van mijn leeftijd al een tentoonstelling krijgt in Tate Modern? Het heeft alles te maken met mijn modus operandi: in een tijdperk waarin het kapitalisme tot z’n hoogtepunt kwam, had ik het voornemen dat elk kunstwerk dat ik maakte vernietigd zou worden. Elk “Denkmal” heb ik vernietigd. Er was in feite geen souvenir.

Statement 8.2 - Als kunstenaar mag je ook je boterham verdienen, maar daarvoor heb ik geen compromissen gemaakt op mijn werk. Verzamelaars zijn randschade, collateral damage. Ik maak reclame voor een model waarin idealiter geen galerijen meer nodig zijn.

9) Hoe reageer je op die eeuwige vraag: kunst is een hobby, wat ga/kun je daar nu mee doen? Statement 9.1 - Die vraag houdt nooit op. En dat is niet erg.

Statement 9.2 - Mijn grootmoeder vroeg me gisteren net hetzelfde: Wanneer ga jij nu eens beginnen werken?

10) Wat bedoel je met de uitspraak ‘‘The Museum is dead, schools are bankrupt’’? Statement 10.1 - Musea’s hebben vandaag het lef om werk te vragen aan kunstenaars, dat te veilen en vervolgens dat geld te gebruiken om hun lekke dak te dichten, zodat het niet meer regent op Rubens of Caravaggio. Het doet niet meer waar het oorspronkelijk voor uitgevonden is.

Statement 10.2 - Ik geloof wel dat, gezien de ernst van onze tijden, onderwijs de enige mogelijkheid is om onze tradities te bewaren.

Statement 10.3 - Zoals het systeem nu evolueert, zal het waarschijnlijk ontploffen, maar misschien kan er vanuit dat steengruis wel iets nieuws ontstaan.

Statement 10.4 - Is iets dat opnieuw wordt opgebouwd nog hetzelfde?

11) Hoe kunnen studenten een eigen collectie aanleggen, en op een interessante manier omgaan met het verleden? Hoe kunnen ze kunsthistorische kennis aanwenden in hun eigen praktijk? Statement 11.1 - Jean Baudrillard heeft een boek over verzamelen geschreven. Hij beweert dat de mens eigenlijk zichzelf bij elkaar verzamelt.

Statement 11.2 - Als je op een rommelmarkt rondloopt, kiezen de objecten jou.

Statement 11.3 - Probeer jezelf zoveel mogelijk doelgericht af te sluiten van afleidingsimpulsen. Ga uit van je eigen sterkte. Ga uit van het feit dat je jezelf wil verzamelen.