Te Gek

From artvalvas
Jump to navigation Jump to search

Chloë Zeelmaekers

Betekenis 'GEK'

1gek (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord; vergrotende trap: gekker, overtreffende trap: gekst) 1 van het verstand beroofd; = krankzinnig: zich niet gek laten maken kalm blijven 2 dwaas, bespottelijk: geen gek idee een mooi plan; gek doen vreemd 3 (+ op, van, met) erg gesteld op, verzot op ¶

te gek! prachtig!; dat is te gek voor woorden dat is absoluut niet acceptabel; het is te gek om los te lopen het is al te dwaas; het is van de gekke het is dwaas 2gek (de; m,v; meervoud: gekken) 1 krankzinnige 2 dwaas ¶ iem. voor gek zetten belachelijk maken

stijloefening

Te gek, op de TE Gekke 16, op het gekste uur van deze gekke dag. Een gek van zowat Zesentwintig Gekke levensjaren, een gekke pet met een gek lintje eromheen, geen lint, een gekke nek als hij uitgegekt was. De gekken stappen uit. De gek in kwestie gekt uit tegen de gek langs hem ,die die gek ervan van begekt tegen hem op te gekken telkens als er een andere gek langsgekt. Bedoelde te gek te klinken maar de toon is eerder gekkerig. Ziet deze gek een zitplaats vrijkomen. Te gek! Schiet op de gek af. Twee te gekke uren later kom ik die gek tegen op het gekkenplein, bij het gekkenhuis. Die gek is in het gezelschap van een andere gek. Die tegen die andere te gekke gek zegt: Te gek, je zou een extra te gekke gek aan jouw gekke jas moeten laten zetten. ’ hij wijst de gek aan. Te gek!

TE GEK

TE GEK