Artvalvas

From artvalvas
Jump to navigation Jump to search


Wat begrijp je net onder traagheid, of 'slow questions', in je praktijk?
Traagheid en slowness zijn 2 verschillende zaken. We leven in een tijdperk waarin heel lang dezelfde dingen doen, niet meer zo hip is.
'Telefoondenken' staat haaks op wat ik doe – meesters werken vanuit een bepaald probleem, vanuit bepaalde tradities.
Trage kunst of meesterschap is 'desem'
Het internet werkt in de breedte – niks verhoudt zich verticaal.
Snel werken wil niet noodzakelijk zeggen dat een oeuvre uitbouwen snel gaat. Het ontwikkelen van een modus operandi is een werk van jaren, en gaat naar de kern van wie je bent. Iets is nooit echt af.
Sommige kunstenaars zijn daar zeer extreem in: Arnulf Rainer breekt in bij de mensen die een werk van hem hebben aangekocht, om het dan te overschilderen: Ubermahlungen.
Hoe valt het idee van iets wat nooit af is te rijmen met de verwachting dat er, bijvoorbeeld in het onderwijs, op een bepaald moment afgewerkte resultaten moeten voorgelegd worden?
Dat heeft te maken met de 'economisering' van ons onderwijs. Kwantiteit primeert op kwaliteit. Dat is een uitwas van 'surveillance capitalism'. Een school zou een vrijplek moeten zijn waarin je niet moet denken in het teken van eindtermen. Schole in de letterlijke zin van het woord.
Een resultaat is telkens het begin van iets nieuws.
Je moet jezelf durven onderscheiden.
In hoeverre heeft het trage denken een fysieke werkplek nodig?
In Brussel heb ik gedurende 15 jaar heel exclusief gewerkt met een heel beperkte groep. Ik ben op een gegeven moment gaan beseffen dat het onderwijsmodel de enige manier is om uit de wurggreep van het spectaculaire in Vlaanderen te ontsnappen. Daarom heb ik die gesloten plek opengebroken en er een publiek gegeven van gemaakt. Daarvoor moest ik ook op zoek naar een ander atelier, en daarin ook de balans zoeken tussen het helpen van jonge mensen en toch nog mezelf te kunnen blijven.
Hoe denkt u dat wij als studenten naar een sterke individualiteit kunnen streven in een wereld waarvan gezegd wordt dat alles al werd gedaan?
Van Jean-Luc Godart werd gezegd dat hij niet kon filmen. Vanuit die onkunde heeft hij een eigen manier gevonden om tot een eigen praktijk te komen, om een eigen idee van het filmmedium te ontwikkelen en het te herdenken.
Er valt altijd te leren uit tradities. Lezen en leren kennen is cruciaal.
Werk? https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/3/3a/Jacqueline_Kennedy_Onassis%2C_A_Romantic_Exhibition%2C_Baden_Baden_2012_ROMANTIK_IX.jpg
Moet je je als kunstenaar bekwamen via het kunstonderwijs? Of als autodidact?
De liberalisering van het onderwijs heeft ervoor gezorgd dat dat er eigenlijk niet zo heel veel meer toe doet.
Hoe moet je als autodidact wijs geraken uit een maatschappelijke context waarin gevestigde codes wazig zijn geworden?
Hoe zie jij de band tussen de meester en zijn pupil? Wat is het model waarbij de leerling zich het beste kan ontwikkelen?
In de traditie van ateliers met een meester-en-leerling verhouding, was het de leerling die op een gegeven moment zei dat hij vertrok, dat hij gevormd was.
Studenten zijn tegenwoordig gesubsidieerd om revolutionair te zijn.
Het leerling-meesterschap staat vandaag buiten het model van de economie, omdat het een extreem geval van ruilhandel is. ALs er kennis wordt geruild, dan kan er een verbreding onstaan, dan kan er diepte gecreeerd worden.
Hoe verhoud je je vandaag zelf tot het kapitalistische kunstensysteem van musea, galerijen en verzamelaars - waar je voor een lange tijd zelf in hebt meegedraaid?
Mijn modus operandi was, in een tijdperk waarin het kapitalisme tot z'n hoogtepunt kwam, dat elk kunstwerk vernietigd werd.
Als kunstenaar mag je ook je boterham verdienen, maar daarvoor heb ik geen compromissen gemaakt op mijn werk. Verzamelaars zijn randschade, collateral damage.
Ik maak reclame voor een model waarin idealiter geen galerijen meer nodig zijn.
Hoe reageer je op die eeuwige vraag 'wat je daar nu mee gaat doen'?
Mijn grootmoeder vroeg me gisteren net hetzelfde: Wanneer ga jij nu eens beginnen werken?
Wat bedoel je met de uitspraak dat musea en scholen failliet zijn?
musea's hebben vandaag het lef om werk te vragen aan kunstenaars, te veilen en dat geld te gebruiken om hun lekke dak dicht te leggen zodat het niet meer regent op Rubens of Caravaggio. Het doet niet meer waar het oorspronkelijk voor uitgevonden is.
Ik geloof wel dat het onderwijs de enige mogelijkheid is om onze tradities verder te zetten. Zoals het nu evolueert zal het waarschijnlijk ontploffen, maar dan kan er vanuit dat steengruis misschien wel iets nieuws ontstaan.
is iets wat opnieuw wordt opgebouwd, nog hetzelfde?
zijn er vaak narratieve patronen aanwezig in je werk - zoals bijvoorbeeld de referentie via de groene kleur naar de tweede wereldoorlog in https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/3/3a/Jacqueline_Kennedy_Onassis%2C_A_Romantic_Exhibition%2C_Baden_Baden_2012_ROMANTIK_IX.jpg?
Hoe kunnen studenten een eigen collectie aanleggen, en op een interessante manier omgaan met het verleden? Hoe kunnen ze de theorie uit de kunstgeschiedenis aanwenden in hun eigen praktijk?
Jean Baudrillard heeft een boek over verzamelen geschreven. Hij beweert dat de mens eigenlijk zichzelf bij elkaar verzamelt. Probeer jezelf dus zoveel mogelijk doelgericht af te sluiten van afleidingsimpulsen, waardoor je momenten kan genereren om jezelf mee te nemen haar huis.





18 October 2019: Jan De Cock

© Jan De Cock, 2019

Moderated by: Remco Roes, Arne De Winde and Lieven Van Speybroeck
The starting point of this talk is Jan De Cock's brochure for the Bruges Art Institute

Questions
Statements
1) Wat begrijp je net onder traagheid, of ‘slow questions’, in je praktijk? Statement 1.1 - Traagheid en slowness zijn 2 verschillende zaken, in twee talen. We leven in een tijdperk waarin heel lang dezelfde dingen doen, niet meer zo hip is.

Statement 1.2 - Telefoondenken staat haaks op wat ik doe – meesters werken vanuit een bepaald probleem, vanuit bepaalde tradities die geerft zijn van anderen. Trage kunst of meesterschap is ‘desem’.

Statement 1.3 - Het internet werkt in de breedte, horizontaal – niks op het internet verhoudt zich verticaal. Denk aan Amerika, Silicon Valley. Snel werken wil niet noodzakelijk zeggen dat een oeuvre uitbouwen snel gaat. Het ontwikkelen van een modus operandi is een werk van jaren, en gaat naar de kern van wie je bent. Van nature ben ik heel impulsief en ongeduldig, mijn modus operandi om te komen tot een werk heeft te maken met de persoon die ik ben. Maakt me dat een snelle kunstenaar? Nee. Iets is nooit echt af.

Statement 1.4 - Sommige kunstenaars zijn daar zeer extreem in: Arnulf Rainer breekt in bij de mensen die een werk van hem hebben aangekocht, om het dan te overschilderen: Ubermahlungen.

2) Hoe valt het idee van iets wat nooit af is te rijmen met de verwachting dat er, bijvoorbeeld in het onderwijs, op een bepaald moment afgewerkte resultaten moeten voorgelegd worden? Statement 2.1 - Dat heeft te maken met de ‘economisering’ van ons onderwijs. Kwantiteit primeert op kwaliteit. Dat is een uitwas van ‘surveillance capitalism’.

Statement 2.2 - Schoolgaan zou een stukje vrije tijd moeten zijn - in de oorspronkelijke zin van het Griekse σχολή (scholē). Het gaat er net om niet te moeten denken in termen van eindtermen. Een resultaat is telkens het begin van iets nieuws. Jullie verticale drang om iemand te worden heeft er alles mee te maken dat je het verschil wil maken. Je wil individueel onderscheidbaar zijn van andere mensen. Jezelf zijn. Je moet jezelf durven onderscheiden.

3) In hoeverre heeft het trage denken een fysieke werkplek nodig? Wat is het belang van een atelier? Wat moet het karakter zijn van die plekken om te functioneren als microcosmos? Statement 3.1 - In Brussel heb ik gedurende 15 jaar heel exclusief gewerkt met een heel beperkte groep. Ik ben op een gegeven moment gaan beseffen dat het onderwijsmodel de enige manier is om uit de wurggreep van het toenemende spectaculaire in Vlaanderen te ontsnappen.

Statement 3.2 - Daarom heb ik die gesloten plek opengebroken en er een publiek gegeven van gemaakt. Het openplooien van mijn woonkamer naar een publieke plek heeft ervoor gezorgd dat ik een ander atelier moest zoeken. De balans was: hoe kan ik nog steeds mezelf blijven en tegelijk jonge mensen helpen om te groeien.

4) Hoe denkt u dat wij als studenten naar een sterke individualiteit kunnen streven in een wereld waarvan gezegd wordt dat alles al werd gedaan? Statement 4.1 - Van Jean-Luc Godart werd gezegd dat hij niet kon filmen. Vanuit die onkunde heeft hij een eigen manier gevonden om tot een eigen praktijk te komen, om een eigen idee van het filmmedium te ontwikkelen en het te herdenken.

Statement 4.2 - Je moet heel veel leren en kijken naar tradities, je moet heel veel oefenen en werken. Je moet elke dag de zelfdiscipline hebben om te lezen, te denken, te kijken - dan pas kom je in de fase dat je iemand kan zijn.

5) Koen van den Broek: Vroeger zag ik veel werk van jou in binnen- en buitenland. Nu spreek je veel, over onderwijs. Veel studenten zouden ook eens graag werk van jou zien. Bespreek eens een concreet werk. Statement 5.1 - Ik vertrek vanuit de driedimensionale problematiek, waaronder de schilderkunst zich ook bevindt. De verloren gewaande taal van de beeldhouwkunst is niet verdwenen. Ik ben van nature uit gekneed door de avant-garde. De avant-garde voor mij begint bij beeldhouwers in het pre-Rodin-tijdperk, die dan in de romantiek - en dan kom ik in het vaarwater van Brancusi en dan Broncozi - en dan kom je bij mij terecht. Bij mij kom je terecht op een moment dat ik de praktijk van mijn leven in vraag stel.

Statement 5.2 - Je krijgt een abstracte compositie van vlakken, die herkenbaar zijn. De abstrahering van de abondanza - de waterval is een teken van ouderwetse rijkdom, zoals in de antieke oudheid.

Statement 5.3 - Ik heb ervoor gekozen om met notelaar te werken, zodat gespeeld wordt met de nerven en er een spanning ontstaat tussen horizontaliteit en verticaliteit.

Statement 5.4 - Baden-Baden is een van die weinige stukken Europa waar niets is veranderd maar alles aangeplant.

6) Moet je je als kunstenaar bekwamen via het kunstonderwijs? Of als autodidact? Statement 6.1 - Autodidact moet je sowieso zijn. De liberalisering van het onderwijs heeft ervoor gezorgd dat dat er eigenlijk niet zo heel veel meer toe doet.

Statement 6.2 - De een-op-eenverhouding bestond erin dat de leerling zelf besliste wanneer hij gevormd was. Kennisoverdracht: je zit samen in een achterkamer achter groene gordijnen. Jullie worden gesubsidieerd om revolutionair te zijn.

Statement 6.3 - De verhouding tussen leerling en meester staat buiten het hedendaagse model van de economie. Het is een intensieve vorm van ruilhandel. Als de ruil die plaatsgrijpt kennis is, dan kan er verbreding ontstaan, maar vooral diepte gecreëerd worden.

7) Hoe zie jij de band tussen de meester en zijn pupil? Wat is het model waarbij de leerling zich het beste kan ontwikkelen? Statement 7.1 - In de traditie van ateliers met een meester-en-leerling verhouding, was het de leerling die op een gegeven moment zei dat hij vertrok, dat hij gevormd was.

Statement 7.2 - Studenten zijn tegenwoordig gesubsidieerd om revolutionair te zijn. Het leerling-meesterschap staat vandaag buiten het model van de economie, omdat het een extreem geval van ruilhandel is. Als er kennis wordt geruild, dan kan er een verbreding ontstaan, dan kan er diepte gecreëerd worden.

8) Hoe verhoud je je vandaag zelf tot het kapitalistische kunstensysteem van musea, galerijen en verzamelaars - waar je voor een lange tijd zelf in hebt meegedraaid? Statement 8.1 - Hoe komt het dat iemand van mijn leeftijd al een tentoonstelling krijgt in Tate Modern? Het heeft alles te maken met mijn modus operandi: in een tijdperk waar het kapitalisme tot z’n hoogtepunt kwam, had ik het voornemen dat elk kunstwerk dat ik maakte vernietigd zou worden. Elk “Denkmal” heb ik vernietigd. Er was in feite geen souvenir.

Statement 8.2 - Als kunstenaar mag je ook je boterham verdienen, maar daarvoor heb ik geen compromissen gemaakt op mijn werk. Verzamelaars zijn randschade, collateral damage. Ik maak reclame voor een model waarin idealiter geen galerijen meer nodig zijn.

Statement 8.3 - Ik geloof wel dat, gezien de ernst van onze tijden, onderwijs de enige mogelijkheid is om onze tradities te bewaren.

9) Hoe reageer je op die eeuwige vraag: kunst is een hobby, wat ga/kun je daar nu mee doen? Statement 9.1 - Die vraag houdt niet op. En dat is niet erg.

Statement 9.2 - Mijn grootmoeder vroeg me gisteren net hetzelfde: Wanneer ga jij nu eens beginnen werken?

10) Wat bedoel je met de uitspraak ‘‘The Museum is dead, schools are bankrupt’’? Statement 10.1 - Musea’s hebben vandaag het lef om werk te vragen aan kunstenaars, te veilen en dat geld te gebruiken om hun lekke dak dicht te leggen zodat het niet meer regent op Rubens of Caravaggio. Het doet niet meer waar het oorspronkelijk voor uitgevonden is.

Statement 10.2 - Ik geloof wel dat het onderwijs de enige mogelijkheid is om onze tradities verder te zetten. Zoals het nu evolueert zal het waarschijnlijk ontploffen, maar dan kan er vanuit dat steengruis misschien wel iets nieuws ontstaan. Is iets wat opnieuw wordt opgebouwd, nog hetzelfde?

11) Zijn er vaak narratieve patronen aanwezig in je werk? Statement 11.1 Politiek in het werk altijd willen vermijden. Narratief is beter om te vertellen.

Voorbeeld: de referentie via de groene kleur naar de tweede wereldoorlog (link afbeelding).

12) Hoe kunnen studenten een eigen collectie aanleggen, en op een interessante manier omgaan met het verleden? Hoe kunnen ze de theorie uit de kunstgeschiedenis aanwenden in hun eigen praktijk, en zo de huidige kloof tussen theorie en praktijk dichten? Test